Historie van de stad Maastricht

Meer dan tweeduizend jaar Maastricht. De naam stamt af van Mosae Trajectum, de plaats waar je de Maas droogvoets kon oversteken. De Romeinen bouwden een nederzetting waar een weg de Maas overstak die de lössvlakten verbond met de Haspengouw. Dat gebeurde nog voor onze jaartelling. En hier, aan de heerbaan tussen Keulen en de Franse Kanaalkust, versterkten de Romeinen hun bruggehoofd in 333 tot een castellum omdat Germaanse stammen al meer dan zestig jaren deze streken onveilig maakten.

Toen er zich kooplieden vestigden, kreeg de nederzetting stedelijke trekjes, om dan na het vertrek van de Romeinen (omstreeks 450) wel bewoond te blijven. Sint Servaas had intussen de bisschopszetel van Tongeren naar Maastricht verplaatst. Hij was de eerste van de eenentwintig bisschoppen die tot 722 in Maastricht resideerden. De Germaanse Franken namen toen de plaats in van de Romeinen.

Met koning Clovis kwamen de Merovingische vorsten aan het bewind, waarna de Karolingen aantraden. Maastricht bloeide weer op, ook als handelscentrum met een eigen muntatelier. Omstreeks 635 stichtten de Witte Vrouwen als eerste een klooster.

In 870 werd Maastricht definitief bij het Duitse Rijk gevoegd. Rond het jaar 1000 teisterden de Noormannen de Maasgouw. Maastricht was in circa 1170 een kruispunt van West-Europese wegen. De stad werd ten slotte in 1284 tweeherig. De hertog van Brabant en de prins-bisschop van Luik deelden de macht over de stadsstaat Maastricht. Gewapende en godsdienstige conflicten en belegeringen bleven de stad teisteren.

In 1567 kreeg Maastricht een koninklijk garnizoen. In 1568 probeerde prins Willem van Oranje zich bij het begin van de Nederlandse Opstand meester van Maastricht te maken. De Spaanse troepen sloegen in 1576 aan het muiten (de Spaanse Furie). Troepen van de Staten-Generaal vervingen daarop de Spanjaorden, waarna de hertog van Parma de stad in 1579 weer voor Spanje veroverde. Frederik Hendrik veroverde de stad in 1632 voor de Republiek der Verenigde Nederlanden waardoor een Staats-Luiks bewind in de plaats van het Spaans-Luikse kwam.

De Franse Zonnekoning belegerde Maastricht in 1673 en nam de stad ook in. Twee jaar na het vergeefse beleg door stadhouder Willem III in 1676, stond Frankrijk zijn rechten weer af aan de republiek. In 1748 stonden opnieuw Franse troepen voor de stadspoorten, met Lodewijk XV voorop, een van de laatste gewonnen veldslagen was die tegen generaal Miranda, van 22 februari tot 2 maart 1793. Uiteindelijk 5.000 bommen later moest Maastricht in 1794 toch voor de Franse revolutielegers capittuleren. De tweeherigheid liep ten einde en Maastricht werd ingelijfd bij Frankrijk als hoofdstad van het departement Nedermaas oftewel Meuse Inférieure. Vrijwel onmiddellijk werden alle kapittels, kloosters en parochies opgeheven, en voor wat deze laatste aangaat tot na het concordaat van 1804. In 1814 verlieten de Fransen de stad voorgoed.

De industrialisatie kwam op gang en Maastricht werd de eerste industriestad van het land. De Zuid-Willemsvaart verbond Maastricht met 's-Hertogenbosch en een tweede kanaal met Luik. De eerste spoorlijnen volgden. Ten slotte werd de stad in 1876 vesting 'af' en ontmanteld. De afbraakwoede daarna beroofde de stad van prachtige poorten en verdedigingswerken. Historische herinneringen gingen voor altijd verloren, wat nog steeds wordt betreurd.

Deze website wordt gesponsord door:


Limburgse
Schaakbond